Consument en producent vinden elkaar via internet.

De 21ste eeuw wordt het tijdperk van ‘gezamenlijke consumptie’, waarin consument en producent elkaar direct vinden via internet. De dagen van de grote tussenhandelaars zijn geteld.

‘Wij zorgen ervoor dat de energie van Gebroeders Oude Lenferink rechtstreeks bij huishoudens terechtkomt. Het is duurzame energie, direct van de bron, die milieuvriendelijk en goedkoper is’, zegt Aart van Veller (29). Hij is een van de oprichters van Vandebron, een onlinemarktplaats voor groene stroom van de boer. Vandebron werkt nauw samen met de gebroeders Oude Lenferink en negen andere boerenbedrijven. De boeren leveren allemaal duurzame energie, die is opgewekt met wind, zon, water en mest. Gebruikers die de website van Vandebron aanklikken, kunnen kiezen aan welke energiebron ze de voorkeur geven.

De boeren wonen verspreid over het hele land en ze bepalen zelf de prijs van de energie. De klant betaalt Vandebron alleen de maandelijkse abonnementskosten.

Bij deze manier van online zakendoen, die ook wel peer-2-peer wordt genoemd, valt de hele tussenhandel weg, die grote bedrijven nu nog voor hun rekening nemen. Via internet worden direct verbindingen gelegd tussen producent en consument.

Aart van Veller en zijn compagnons Remco Wilcke en Matthijs Guichelaar behoren tot een nieuwe generatie ondernemers. Ze zijn jong, hoogopgeleid, ze houden niet van verspilling en willen zuinig met grondstoffen omgaan. En ze hanteren een radicaal ander businessmodel, dat is gericht op de iPhone-generatie: de mogelijkheden van internet worden volop benut. De jonge entrepreneurs spelen in op de trend dat jongeren geen huis, auto of muziek meer hoeven te bezitten, zolang ze er maar toegang toe hebben. Via internet kan dat simpel en snel.

Het nieuwe businessmodel draait naast peer-2-peer (p2p) om ‘sharing’: het delen en onderling verhandelen van producten, diensten en ervaringen. Er zijn nauwelijks meer twintigers die nog cd’s kopen, maar ze willen wel via Spotify of Deezer naar muziek kunnen luisteren. Ze hoeven geen eigen auto voor de deur, maar ze willen wel voordelig gebruik kunnen maken van SnappCar als ze een feestje buiten de stad hebben. En wil je zelf niet rijden, dan biedt de app van Uber een schone en luxe auto met chauffeur aan. Wie peer-2-peer wil eten, heeft geen cateraar nodig, want via VanChefs.com bieden topkoks zich aan om een thuisdiner te koken. En met Airbnb wordt een betaalbaar vakantieappartement aan San Francisco Bay opeens mogelijk — althans: voor aantrekkelijkere prijzen dan een gemiddeld Californisch hotel in het hoogseizoen.

Vandebron, Uber, SnappCar, Airbnb: het zijn allemaal typische voorbeelden van deze trend in online ondernemen, die vanuit Noord-Amerika naar Europa is overgewaaid. ‘De sharingeconomie en p2p-economie is een trend die vooral in grote steden in opmars is’, zegt Frank van Oort, hoogleraar stedelijke economie aan de Universiteit Utrecht. ‘Het zijn kleine bedrijven die via sociale netwerken een grote markt opzoeken. Lage kosten, laagdrempeligheid en duurzaamheid staan centraal. En het slaat aan, want je ziet ook dat steeds meer jongeren met deze zaken bezig zijn’, zegt Van Oort. Als consument en als producent. In steden is de kans van slagen volgens hem het grootst, omdat sociale netwerken hier hecht en geconcentreerd zijn.

Geeft idealisme de doorslag bij sharing? ‘Niet alleen’, zegt hij. De deeleconomie of p2p-economie heeft wel een economisch verdienmodel. Veel initiatiefnemers van p2p-bedrijven hebben bedrijfskunde gestudeerd, hebben ervaring opgedaan bij grotere concerns en wilden na enkele jaren eigen baas zijn en hun eigen idee uitvoeren. Puur ondernemerschap speelt dus ook een rol.

‘Je ziet steeds meer jonge innovatieve ondernemers die kansen zien in de overgang naar een duurzame economie’, zegt Aart van Veller (Vandebron).  Vandebron is de eerste energieleverancier bij wie energie rechtstreeks van een duurzame bron gekocht kan worden. Tijdens zijn studie bedrijfskunde in Amsterdam werd Van Veller bevangen door het ondernemersvirus en begon een adviesbureau in duurzaam ondernemen. Met de Amerikaanse ijsfabrikant Ben & Jerry’s ging hij naar de Noordpool om aan hun Climate Change College deel te nemen. Eind vorig jaar zette Van Veller met een aantal geestverwanten die gespecialiseerd zijn in duurzame energiewinning Vandebron op. Met hun businessplan haalden ze € 1,9 mln op bij investeerders als Rabobank, Triodos Bank en de TU Delft. Vandebron staat nog in de kinderschoenen. De website is nog maar twee maanden in de lucht. Het jonge bedrijf hoopt het aantal boeren waarvan klanten energie betrekken snel van tien naar honderd te kunnen uitbreiden.

‘Willen we verschil maken, dan moeten we in korte tijd veel groene stroom kunnen leveren’, zegt Van Veller. ‘De uitdaging is om mensen vertrouwen te geven, zodat ze de overstap naar Vandebron durven te wagen. Er is bij consumenten altijd enige koudwatervrees om van stroomleverancier te wisselen. Maar de energie van de boer wordt gewoon via het net verspreid, zoals alle andere energie in Nederland, dus niemand hoeft bang te zijn dat er plots geen stroom meer uit het stopcontact komt.’ Vandebron heeft hoge verwachtingen van duurzame energie. De ‘Energiewende’ in Duitsland is voor hem een bron van inspiratie. ‘De transitie naar duurzame energie zal vooral van kleinere spelers komen: zij dragen de verandering.’

En de drang naar verandering is wat de p2p-generatie verbindt. De jonge starters richten zich op thema’s als energie, mobiliteit en voedsel. Duurzaamheid en ‘samen consumeren’ zijn hierbij sleutelbegrippen. ‘De 20ste eeuw was de eeuw van de individuele hyperconsumptie. De 21ste eeuw is de eeuw van “collaborative consumption”, oftewel gezamenlijke consumptie’, zegt Pascal Ontijd, medeop- richter van SnappCar, een autodeelbedrijf dat vanuit Utrecht opereert. Duurzaamheid staat bij SnappCar centraal. Auto’s staan gemiddeld 23 uur per dag stil, zegt Ontijd. Nederland telt 8 miljoen auto’s, Europa 250 miljoen. ‘We mikken erop het autobezit met 1 procent terug te dringen’, aldus Ontijd.

Particulieren die een auto nodig hebben, kunnen zich gratis aanmelden bij het autodeelplatform op internet. De belangstellenden huren van autobezitters, die hun wagen op de site van SnappCar te huur aanbieden. Wie een auto huurt, betaalt naast de huurprijs 10 euro per dag of 5 euro voor een halve dag aan SnappCar. Inclusief ‘een heel goede’ verzekering, laat het bedrijf weten. Snapp­Car is nu bijna drie jaar bezig en inmiddels maken 40.000 mensen gebruik van het platform, die ruim 8000 auto’s delen.

‘Deze beweging van “collaborative consumption” kan veel impact hebben’, verzekert Ontijd. Ook hij is bedrijfseconoom en werkte als marketeer bij Heineken en als strateeg bij DSM. Maar net als zijn vriend en mededirecteur Victor van Tol wilde hij ‘geen klein radartje meer zijn in een groot bedrijf’, maar zelf beslissen en ‘impact maken’. Met crowdfunding werd 550.000 euro opgehaald. SnappCar richt zich op een grote doelgroep tussen de 25 en 45 jaar. Niet alleen studenten maar vooral ook mensen die werken en er bewust een andere levensstijl op na houden. Ontijd raakte, net als andere p2p-ondernemers, geïnspireerd door de ideeën van de Amerikaanse zakenvrouw Rachel Botsman, ‘sharing innovator’ en goeroe van de peer-2-peereconomie. Botsman werkt samen met start-ups, grote bedrijven en stadsbesturen om haar vernieuwende ideeën over ‘samen consumeren’ in de praktijk te brengen. Haar boek What’s Mine is Yours. The Rise of Collaborative Consumption uit 2010 werd een hit. ‘Samen consumeren is een van de tien ideeën die de wereld gaan veranderen’, schreef het Amerikaanse weekblad Time. Botsman ziet de deeleconomie als een culturele en economische kracht die bedrijven en consumptie revolutionair zal veranderen.

Inmiddels schieten p2p-initiatieven als paddenstoelen uit de grond, zo blijkt uit onder andere de website Plopp.us, die Aart van Veller heeft opgezet. Dit moet de grootste p2p-database ter wereld worden. De sharingpioniers botsen nu inmiddels wel tegen de gevestigde orde van bijvoorbeeld hôteliers en taxibedrijven, die de goedkope concurrentie vrezen. Onlinewoningplatform Airbnb heeft in de VS al diverse rechtszaken moeten voeren. De gemeente Amsterdam dreigde Airbnb na een lobby van boze hôteliers ‘in de ban’ te doen. En in Brussel verbood de rechter sommige diensten van taxibedrijf Uber.

In Nederland krijgen de vernieuwers ruim baan. Minister Henk Kamp van Economische Zaken wil ‘innovators’ niets in de weg leggen. Taxibedrijf Uber, dat in Nederland stormachtig groeit, mag gewoon zaken blijven doen, liet de minister vorige week weten in antwoord op Kamervragen. Kamp is zelfs bereid de wet aan te passen om de jonge ondernemers te stimuleren, zodat ze kunnen uitbreiden. Kamp schreef aan de Kamer dat hij het juist belangrijk vindt voor ‘onze concurrentiekracht, dat innovatieve bedrijven nieuwe diensten en producten aanbieden op de Nederlandse markt’.

© Financieel Dagblad, Michele de Waard. zaterdag 14 juni 2014
Advertenties

Over aadvredenbregt

zie de pagina About
Dit bericht werd geplaatst in Digital Marketing, Economie en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s